Geschiedenis Botniastins

Home Gebouwen Botniastins Geschiedenis Botniastins

Geschiedenis van de Botniastins

Stel dat U de Botniastins iets zou vragen en u zou een antwoord krijgen, b.v. is men gelukkig geweest op de stins. Ik denk dat U dan het antwoord zou krijgen dat er toch heel veel verdriet is geweest. Bij het lezen over zijn geschiedenis (ik vind dat het een hij is) kreeg ik steeds het idee dat er veel narigheid is geweest.

Ik wil U dan ook voordat we samen door de stins gaan, iets over het verleden van dit huis vertellen.

In de 15e eeuw (1460) stond er op het Noord een Botniastins (we kennen allemaal de Botniasteeg, naast de Korenbeurs) inderdaad dat was de plaats van deze Botniastins volgens Hallema de geschiedschrijver van Franeker. De 2e, de op de Breedeplaats werd in de 16e eeuw (1540) gebouwd. Als eerste bewoner van de stins wordt Jarich van Botnia genoemd.

Er waren 2 takken in deze familie: de Koorenbeurs Botnia’s deze waren voorstanders van de hervorming. De Breedeplaats Botnia’s waren rooms en koningsgezind (Filips de 2e). Na 1580 toen de Spanjaarden hier verdreven werden werd ook Jarich van Botnia verbannen uit Franeker, maar zijn zon is tot zijn dood blijven wonen op de Botniastins.

Na de Botnia’s hebben er nog veel aanzienlijke families gewoond waaronder een aantal hoogleraren van de universiteit zoals ook in de andere huizen op de Breedeplaats.

Ook zal “Us Heit”, de 1e Friese stadhouder, (1587) er veel tijd doorgebracht hebben. Hij is in Franeker in de Martinikerk getrouwd met Anna van Oranje, de zuster van prins Maurits. Helaas was het maar een huwelijk van 7 maanden, zij is toen overleden in de Botniastins maar begraven in de Grote kerk in Leeuwarden.

Ook prins Johan Friso heeft hier nog les gehad.

In 1853 erft de diaconie van de hervormde kerk de Botniastins van de ongehuwde dames Adema. De stins moet bestemd worden als weeshuis (het oude weeshuis, klein Roozendaal moest dusdanig opgeknapt worden dat dit legaat zeer welkom was).

Het weeshuis is tot de 2e wereldoorlog in gebruik geweest. Het was het enige kerkelijke weeshuis in Friesland. Als de ouders van de wezen of halfwezen lid waren van de hervormde kerk dan kon elk kind ongeacht rijk of arm hier terecht.

Tot 1970 heeft de Nutsspaarbank hier een vestiging gehad. Je moest elke week sparen dan kreeg je aan het eind van het jaar een boek. Je mocht 3 keer per jaar missen.

Nu wordt een deel als kantoor verhuurd en verder wordt de stins voor kerkelijke activiteiten gebruikt. De stins is nog steeds eigendom van de “Stichting Diaconale Goederen”, maar exploitatie is in handen van de Kerkvoogdij.

Nog even de buitenkant.

Ooit heeft een toren (een stins heeft altijd een toren) achter de Botniastins gestaan. Op oude plaatjes van Franeker is die toren nog te zien. Er is veel veranderd. Het rechterdeel is redelijk in tact gebleven. De hoge ramen zijn daar gebleven (moeilijker om binnen te komen).

Aan de noordkant heeft vroeger de trap naar de spaarbank gezeten.

Boven de ingang is de oorspronkelijke gevelsteen van klein Roozendaal, het eerdere kerkelijke weeshuis.