Zondag 21 mei 2017

Home Preken Zondag 21 mei 2017

Tekst: Marcus 8: 22-26

22 Zij komen aan in Betsaïda.
Ze brengen een blinde bij hem,
en roepen hem te hulp,
of hij hem wil aanpakken.

23 Hij neemt de blinde bij de hand
en als hij hem buiten het dorp
heeft gebracht, spuugt hij in zijn ogen,
legt hem de handen op en vraagt hem:
kun je al kijken?

24 Hij kijkt op, en heeft gezegd:
ik bekijk de mensen,
omdat ik (ze) zie als bomen,-
die rondwandelen!

25 Vervolgens legt hij wéér de handen
op zijn ogen,
en (nu) kijkt hij scherp en is hersteld,
hij is alles tot in de verte
helder gaan aankijken.

26 Hij zendt hem uit, naar zijn huis,
en zegt: als je maar niet in het dorp komt!

 

Lieve mensen, Gemeente van Christus,

Nooit hoor je Jezus tegen mensen zeggen: “Wij kunnen niks meer voor u doen.”

In ons leven horen wij die woorden wel. Bijvoorbeeld in een slechtnieuwsgesprek met de behandelend arts. Het is ook de uitspraak die onder de thematiek van ‘voltooid leven’ suddert. Het is de menselijke maat die vol is.

Als wij mensen geen kant meer op kunnen, juist dan neemt Jezus ons mee naar een ander gebied – noem het het goddelijke, de atmosfeer van het Heilige. Hij opent een venster met uitzicht voorbij het ‘we kunnen niks meer voor u doen’.

Dit gebied is niet zozeer zichtbaar of meetbaar. Het is beleefbaar, het gebeurt in het verborgene. Rondom je hart kun je het ervaren.

“Ik weet, ik ben ziek, word niet meer beter, ik ga sterven en toch ben ik licht, vrij, beter bij God.”

Het verhaal van de blinde opent het zicht op deze werkelijkheid van God.

Jezus gaat naar Bethsaida. Dat dorp ligt aan de overkant van het meer van Galilea, in het gebied van de heidenen. Vroeger hoorde je dat woord nog wel eens, heiden, nu nauwelijks meer. Zo gaat dat met scheldwoorden. De heiden – iemand die op de heide woont, een barbaar – is niet alleen een ongelovige, het is ook die kant in ons, die alleen gelooft wat ie ziet. De dokter heeft de foto’s bekeken en de bloedwaarden bestudeerd en komt tot de conclusie: ‘Wij kunnen niks meer voor u doen.’ Dat is de heiden, afgesneden van de zorg voor de ziel. De heiden is eigenlijk de mens die alleen maar gelooft in wat ie ziet, wat feit is of meetbaar.

Ze komen in Bethsaida en brengen een blinde bij hem. Jezus heeft een genezende aandacht voor de zieken en dus brengen ze hem de dove, de lamme en nu de blinde. Blind in de Bijbelse zin is – daar komt ie weer – apart. Het is namelijk precies omgekeerd aan wat wij eronder verstaan. Bijbels blind-zijn wil zeggen: je ziet alleen de buitenkant van het leven, ook bij andere mensen. Je ziet een ander bezig en je denkt dat je weet hoe die is. Je hebt een beeld. En dat beeld roept een oordeel op. Je weet genoeg, denk je. Maar er is ook nog een verborgen kant, een binnenkant.

Geloof heeft met de binnenkant van ons leven te maken. Dat is de wereld van de geest. God is geest, heilige Geest. En die komt bij ons, in ons, door Jezus, zoals in dit verhaal bij de blinde.

Jezus neemt hem en ons bij de hand.  

Apart van de menigte, buiten het dorp. De blinde heeft veilige aandacht nodig. In het dorp kijken mensen door de gordijntjes: Wie is dat, wat gebeurt daar? O, die blinde! Jezus haalt de blinde uit het publieke domein en neemt hem apart, zoals we apart met een psycholoog of een pastor praten, geen andere ogen erbij. Veilige ruimte en aandacht. Dat schenkt Jezus de blinde mens.

Aandacht schenk je…, weet de taal. Het is hét geschenk van de een aan de ander. Een zwager van me zei eens, in verband met een conflict, ‘wat je aandacht geeft groeit’. Dat was een waar woord. Aandacht kan ook zomaar olie op het vuur zijn. Maar aandacht is meer.

Aandacht staat in de aandacht. De hele mindfulness golf is in wezen een bewustwording van de kracht van aandachtig leven. Dat aandacht in onze tijd een soort heilig woord wordt, is niet toevallig. Want als iets onder druk staat, is het wel aandacht. Bij scholieren, personeel, relaties, overal staat aandacht onder druk. Onze tijd schijnt te versplinteren in duizenden berichtjes, keuzes en prikkels. Die overspoelen de mens en zijn aandacht. Kinderen zijn daarin kwetsbaar. Ze combineren leren met een of meer andere schermpjes. “Ja, anders kan ik niet leren.”, roept onze dochter als we er iets van zeggen.

Onze tijd vermorzelt aandacht als een papierversnipperaar papier. Uit een onderzoek bleek, dat dit zeer ernstig is. Want waar onze aandacht versnippert, daar raken we onszelf en elkaar kwijt. Zonder aandacht worden we ongelukkig, blijkt.  “Bij één zaak blijven. Het heeft onmiddellijk uitwerking op hoe we ons voelen.” Een onderzoek onder 2500 deelnemers wees uit, dat de helft van de mensen bij de dingen die ze deden op dat moment ergens anders aan dacht. “Zo”, dacht ik. “Als ik dat nu even doortrek naar de preek…. Dan is het dus zo, dat de helft van u nu met zijn of haar gedachten ergens anders is, niet bij de preek. En dat, gemeente, zo ontdekten de onderzoekers, maakt ongelukkig. En omgekeerd, als u uw aandacht bij de preek houdt, wordt u gelukkig. In alle ernst, wat bleek uit onderzoek: “De mate van aanwezig zijn bij wat we doen en waar we zijn, is nauw verbonden met het voelen van geluk en tevredenheid.”

Jezus laat ons zien dat aandacht geneest. Jezus neemt de blinde apart.

En dan staat er dit:  Hij spuugt in zijn ogen

Laat dat maar even op ons inwerken… Wat gebeurt hier? Spuug van Jezus. Het heeft iets.. moederlijks. Een intiem gebaar van aandacht en zorg. Alleen als je klein kind bent verdraag je zoiets, kun je het ontvangen.

We verstaan deze scène nog beter als we het verbinden met wat volgt. Hij legt hem de handen op… Dit is het gebaar van zegenen. In dit zegenen verbindt Jezus de blinde met God, met het gebied van het geestelijke, het verborgene. Lief blind mensenkind, weet dat in alles wat je bent ook een binnenkant is, waar in jou vanuit God liefde en vriendelijkheid willen wonen? 

Kun je dat al zien? vraagt Jezus. Ja, dat durft hij. Hij kijkt. En dat kijken, dat is een ander soort zien dan het zien van de buitenkant alleen. Er staat hier, dat de blinde omhoog kijkt.

Wat is dat, omhoog kijken? Hier staat een woord dat ons vertelt, dat het in wezen om een innerlijk zien gaat. Om een van binnen schouwen, om doorzien. Kun je met het oog van God naar jezelf kijken? – betekent het eigenlijk. Met de ogen van God naar onszelf kijken.

De dichteres Ida Gerhard vertelt in een dichtvers wat dat inhoudt: “Gij kunt aan deze tucht, tot eerlijkheid genezen.” Door de tucht van aandacht voor ons zelf kunnen we tot eerlijkheid genezen. Door de ogen van God naar onszelf kijkend. In oordeelvrije aandacht. Zo tot eerlijkheid genezen. Ida Gerhard  vertelt, hoe dat voor haar ging. Ze verruilt het gymnasium van Groningen voor dat van Kampen, noodgedwongen. En ze vergaat van de heimwee. De leerlingen van Groningen waren beter, hadden een grotere woordenschat, waren in haar ogen niet zulke boerenpummels als de Kampense jeugd. Wilde ze niet zo ongelukkig blijven daar, dan zat er maar een ding op: door haar eigen hoogmoed heen breken en haar nieuwe klasgenoten leren liefhebben zoals ze zijn. Dat is haar gelukt. Dat was haar les in ‘omhoog leren kijken’. Tot eerlijkheid genezen, noemt ze dat later zelf, terugkijkend op die tijd. Omhoogkijken is ‘met de zegen van Jezus naar jezelf durven kijken en jezelf liefhebben met de ogen van God.’

“Lukt je dat?” vraagt Jezus de man. Nou, niet echt. Het is vaag zien en toch, het begint te dagen. Want hij kijkt omhoog, staat er. Hij heeft weer oog voor de hemel, de wereld van God, die van de geest, die heilig is.

Nogmaals legt Jezus hem de handen op. Hij zegent hem weer. Deze mens heeft aanmoediging nodig voor hij durft. Het duurt even, want als je gewend bent dat alleen de buitenkant ertoe doet, alleen wat je presteert, wat je kunt en niet wat je bent – dan duurt het even voordat het binnenkomt dat je kind van God bent. Zoals verwerken tijd kost, zo gaat het ook met het toelaten van dit besef. Als een bloem die langzaam opengaat in je binnenste, zo ontvouwt zich deze wijze van waarnemen.

En nu Jezus nogmaals zijn ogen zegent, kijkt de ex-blinde scherp en heeft zijn zien diepte gekregen.

Ik zie een buitenwereld en een binnenwereld. Ik zie in en achter de mensen.  Ik zie met ogen, door Jezus gezegend zoveel als ik nodig heb. 

Nog een keer: “We kunnen niks meer voor u doen.”

Soms klopt dat. Soms is alles geprobeerd en gedaan. Dan rest ons een ding: dat ons doen over gaat in zijn. Tot eerlijkheid genezen, voorzichtig en aandachtig. Zijn ervaren die in Christus gezien-zijn, geliefd-zijn is.

Amen